Op maat gemaakte Engelse trainingen voor bedrijven

  • Cursussen Zakelijk Engels, afgestemd op jouw specifieke behoeften en leerdoelen

  • Flexibele locaties: op kantoor, in een lokaal of online

  • Flexibele planning die past bij jouw agenda en gewenste tempo

  • Uitstekende prijs-kwaliteitverhouding: ontvang ongeveer 25% meer lesuren voor jouw trainingsbudget

  • Individuele trainingen en groepscursussen beschikbaar

Veelgestelde vragen

Onderwerpen van trainingsmodules

A1 (Beginner)

Woordenschat
  • Landen, nationaliteiten, banen

  • Bedrijfstypen en -activiteiten

  • Locatie en werkruimte

  • Technologie en functies

  • Documenten en correspondentie

  • Sociale media en netwerken

  • Afdelingen en verantwoordelijkheden

  • Werkgelegenheid

  • Concurrentie

  • Samenwerken in teams

  • Overnachten in een hotel

  • Kalenders en schema's

Grammatica
  • Present simple | Bezittelijke voornaamwoorden

  • There is/are | Some/any

  • Bijwoorden van frequentie | Vragen

  • Past simple: be en regelmatige werkwoorden

  • Past simple: onregelmatige werkwoorden | Tijdsuitdrukkingen

  • Voorzetsels van plaats en beweging

  • Present continuous

  • Vergelijkende

  • Superlatieven

  • Going to | infinitief van doel

  • Present perfect

Spreken (praktisch)
  • Spellen

  • Getallen zeggen

  • E-mailadressen en postadressen zeggen

  • Volgwoorden gebruiken

  • Excuses aanbieden

  • Een reis beschrijven

  • This, that, these, en those te gebruiken

  • De tijd vertellen

  • Prijzen zeggen

  • Reageren op nieuws

  • Praten over geld

  • Voorzetsels van tijd gebruiken

Spreken (zakelijk)
  • Hallo en tot ziens zeggen

  • Bellen

  • Telefonisch bestellen

  • Hulp vragen en aanbieden

  • Problemen oplossen

  • Een gesprek voeren

  • Telefoonberichten achterlaten

  • Afspreken om elkaar te ontmoeten

  • Vergelijken en kiezen

  • Meningen geven

  • Uit eten gaan

  • Een planning maken

A2 (Elementair)

Woordenschat
  • Bedrijfsfeiten

  • Jouw functie en contacts beschrijven

  • Producten en diensten bescrijven

  • Bedrijsstructuur

  • Werkgelegenheid

  • Luchtreizen

  • Bestellingen en leveringen

  • Reclame

  • Milieubescherming

  • Zakelijke gastvrijheid

  • Prestatiebeoordeling

  • Wereldwijde problemen

  • Tijdmanagement

  • Persoonlijke ontwikkeling en training

Grammatica
  • Present simple

  • Present continuous

  • Past simple

  • Vragen stellen

  • Vergelijkingen

  • Present Perfect

  • Will / going to / present continuous

  • Het passieve

  • Modale werkwoorden van verplichting, noodzaak en toestemming

  • First conditional

  • Telbare en ontelbare zelfstandige naamwoorden

  • Present perfect met for en since

  • Toekomstvoorspellingen

  • Second conditional

  • Modale werkwoorden voor het geven van advies

Spreken (praktisch)
  • Iemand vragen om informatie te herhalen

  • Telefoonnummers uit spreken en namen spellen

  • Interesse tonen

  • Informatie bevestigen

  • Een boodschap verzachten

  • Negatieve antwoorden vermijden

  • De weg vragen

  • Betalingsvoorwaarden bespreken

  • Onderbreken en onderbrekingen voorkomen

  • Vragen om verduidelijking

  • Vragen naar gerechten op een menukaart

  • Complexe getallen zeggen

  • Ideeën met elkaar verbinden

  • Tijdsuitdrukkingen gebruiken

  • Positieve feedback geven

Spreken (zakelijk)
  • Het maken van kennismakingen

  • Bellen en gebeld worden

  • Een onderzoeksrapport indienen

  • Een bezoeker verwelkomen

  • Het indienen en afhandelen van klachten

  • Opties evalueren

  • Een afspraak maken om elkaar te ontmoeten

  • Verzoeken indienen

  • Sturen van de discussie tijdens vergaderingen

  • Het geven van een formele presentatie

  • Uitnodigen en aanbieden

  • Trends beschrijven

  • Voorspellen

  • Voorwaarden onderhandelen

  • Suggesties doen en erop reageren

B1 (Halfgevorderd)

Woordenschat
  • Werk beschrijven

  • Werk-privébalans

  • Projecten

  • Diensten en systemen

  • Klantenservice

  • Zakelijke reizen

  • Online beveiliging

  • Financiën en geld

  • Logistiek en supply chains

  • Een werkplek beschrijven

  • Besluitvorming

  • Innovatie

  • Storingen en defecten

  • Processen

  • Persoonlijke kwaliteiten

Grammatica
  • Present simple en present continuous

  • werkwoord + to and werkwoord + -ing formen

  • Present perfect en past simple

  • Vergelijkende vormen en modificatoren

  • Tegenwoordige tijden voor toekomstig gebruik

  • Artikelen

  • Verplichting, verbod en toestemming

  • Praten over de toekomst

  • Directe en indirecte vragen

  • Kwantificatoren

  • First conditional en second conditional

  • Superlatieve vormen

  • Betrekkelijke voornaamworden

  • Passieve vormen

  • Past continuous en past perfect

Spreken (praktisch)
  • Interesse tonen

  • 'Ja' zeggen

  • Korte antwoorden geven

  • Ongeveer zijn

  • 'Sorry' zeggen

  • Mensen aanspreken

  • Een uitleg in volgorde zetten

  • Will gebruiken

  • Say en tell gebruiken

  • Too en enough gebruiken

  • If gebruiken

  • Mensen prijzen en bedanken

  • Controleren of iemand iets begrijpt

  • Een proces uitleggen

  • Generaliseren of specifiek zijn

Spreken (zakelijk)
  • Netwerken

  • Contactgegevens uitwisselen

  • Taken bijwerken en delegeren

  • Kenmerken en voordelen uitleggen

  • Afspraken maken en wijzigen

  • Bezoekers verwelkomen

  • Online vergaderingen

  • Visuele informatie presenteren

  • Bestellingen plaatsen en afhandelen

  • Suggesties en aanbevelingen doen

  • Onderhandelen

  • Nieuwe ideeën presenteren

  • Problemen bespreken en oplossen

  • Omgaan met vragen

  • Prestaties beoordelen en doelstellingen vaststellen

B2 (Gevorderd)

Woordenschat
  • Praten over eerste indrukken

  • Motivatie op het werk

  • Projectmanagement

  • Ideeën en innovaties

  • Ethisch zakendoen

  • Persoonlijkheid en besluitvorming

  • Uitbesteding

  • Werkgevers en werknemers

  • Een nieuwe bedrijf starten

  • Communicatietechnologie

  • Praten over verandering

  • Omgaan met gegevens

  • Culturele verschillen

  • Personeelsbeoordelingen

  • Een loopbaanpauze nemen

Grammatica
  • Present simple en present continuous

  • Vraagvormen

  • Present perfect en past simple

  • Huidige, vroegere en toekomstige vaardigheden

  • Praten over de toekomst

  • Telbaarheid | Uitdrukkingen van hoeveelheid

  • Het passieve

  • If -clausules

  • Present perfect simple en present perfect continuous

  • Phrasal verb woordvolgorde

  • Toekomstige tijden en waarschijnlijkheid

  • Rapportage

  • Verhalende tijden

  • Third conditional en mixed conditional | Perfecte modale werkwoorden

  • -ing vorm vs infinitief

Spreken (praktisch)
  • Contactgegevens uitwisselen

  • Een gesprek beëindigen en verlaten

  • Een beslissing in twijfel trekken

  • Verwijzend naar bewijsmateriaal

  • Reageren op uitnodigingen

  • Praten over sociale plannen

  • Vragen stellen na een presentatie

  • Snelle verzoeken indienen

  • Vermijden om 'nee' te zeggen

  • Problemen oplossen aan de telefoon

  • Beide kanten van het argument belichten

  • Trends beschrijven

  • Praten over nieuws en roddels

  • Moeilijke kwesties aankaarten

  • Vrije tijd nemen

Spreken (zakelijk)
  • Een vergadering regelen

  • Gesprekken aan te moedigen

  • Een updateveradering houden

  • Een product of dienst presenteren

  • Afspraken plannen

  • Besluitvorming

  • Feitelijke informatie presenteren

  • Onderhandelen met collega's

  • Contacten onderhouden

  • Verwerken van informatie via de telefoon

  • Toekomstplannen presenteren

  • Gegevens bespreken

  • Gebeurtenissen uit het verleden vertellen

  • Prestatiebeoordeling

  • Een pleidooi houden

C1 (Vergevorderd)

Woordenschat
  • Interculturele ervaringen beschrijven

  • Carrièrepaden vergelijken

  • Werkmethoden bespreken

  • Een bedrijfscrisis aanpakken

  • Teamrelaties verkennen

  • Factoren voor succes bespreken

  • Praten over training en leren

  • Verwachtingen tussen werkgever en werknemer

  • Corporate Social Responsibility (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen)

  • Praten over leiderschapsstijlen

  • Praten over waarden

  • Overreding in beïnvloeding

Grammatica
  • Overzicht van alle werkwoordstijden

  • Attitudes ten opzichte van het verleden uiten

  • Speculeren over toekomstige veranderingen

  • Verwijzen met behulp van voornaamwoorden

  • De nadruk leggen

  • Bijwoorden gebruiken om houdingen te nuanceren

  • De toekomst in het verleden

  • Vragen gebruiken

  • Voorwaardelijke zinnen gebruiken

  • De passieve vorm gebruiken

  • Deelwoordzinnen en inversie voor nadruk en formaliteit

  • Discoursmarkeringen

Spreken (praktisch)
  • Jezelf voorstellen aan een groep

  • Je punt duidelijk maken

  • Blijk geven van begrip

  • Goede verstandhouding opbouwen

  • Reageren op feedback

  • Vage taal gebruiken

  • Ontevredenheid uiten

  • Omgaan met lastige vragen

  • Omgaan met misverstanden

  • Persoonlijke meningen uiten

  • Een lastig punt aankaarten

  • Complimenten geven en ontvangen

Spreken (zakelijk)
  • Verslaglegging over het onderzoek

  • Het gesprek leiden / Ideeën delen

  • Een formele presentatie geven

  • Deelnemen aan een online vergadering

  • Omgaan met conflicten

  • Brainstormen over ideeën

  • Communicatiestrategieën

  • Een geïmproviseerde presentatie geven

  • Opties bespreken

  • Een briefing geven

  • Een overeenkomst bereiken

  • Een idee verkopen

Neem contact op

Vragen? Get in touch.